header image

Blok 7

De rit voerde deze keer voor een groot deel door de Hoge Jura. Inderdaad, de Hoge Jura want er lag hier en daar nog sneeuw. Ook goed voelbaar want het was warme-kleren-weer. Af en toe zon, af en toe wolken. Het navi-systeem had een mooie route uitgerekend, overwegend secundaire wegen door leuke stadjes en dorpjes. Opvallend was de verandering in bouwstijl van huizen en boerderijen.

Baume-les-Dames: Een prettig wederzien! Toen we er vorige maal waren was het er bloedheet, nu toch nog wel aan de frisse kant.

De plaats kost nu € 7,50, incl. stroom en er zijn toiletten, een wastafel-ruimte en een douche die nu echter vakantie had.

Na de brunch werden de wandelschoenen aangetrokken en koers gezet naar het centrum van de stad. Misschien dat daar wellicht wèl ergens internet te vangen zou zijn? Nou, nee! Hoewel we hier reeds eerder waren hebben we nu de stad pas echt verkend. Géén Unesco Werelderfgoed maar toch een aantal aardige gebouwen en steegjes. We hielden het er bijna drie uur slenterend en genietend vol. Op de weg terug weer even provianderen bij de Lidl en richting camper. Het weer was een tikkeltje dreigend en vrij veel wind, dus we zagen maar af van een fietstocht langs de Doubs. Deze is wel de moeite waard wisten we van vorige keer. Er zijn in de directe omgeving van de stad ook diverse ‘Kletterwanden’ maar we hebben deze keer geen klauteraars gezien.

Bij het opstaan toonde de hemel grauw maar het was wel droog. Uitgebreide sani-service: Poepdoos, vuil water geloosd en schoon water tot z’n nek toe vol. We konden er dus weer tegen, temeer omdat we weer eens aan de stroom gehangen hadden en de boordaccu lekker vol was. Op naar de volgende bestemming.

Montbeliard. Hier ligt de hoofdvestiging(?) van de Peugeot- en Citroënfabrieken en er zou, volgens onze documentatie, een museum aan verbonden zijn. Inderdaad: Het doel werd gevonden. Het was echter een ongezellige parkeerplaats en aangezien Els geen trek had in het museumbezoek zag Fred er ook maar vanaf. Er speelde nog iets anders: Steeds vaker ging onderweg het rode waarschuwingslampje van het remsysteem branden of knipperen. Dit was al een paar dagen, maar het brandde steeds vaker. In het Fiatserviceboekje een adres in Montbeliard gezocht maar dit was voor het navi-systeem onvindbaar. In Belfort, 16 km verder kon het adres wel gelokaliseerd worden dus zijn we daar even langs geweest. Niemand die een andere taal sprak dan frans, maar inmiddels hebben we zoveel baguettes gegeten dat we ons probleem toch konden duidelijkmaken. Monsieur begreep het en maakte duidelijk dat de remvoeringen vernieuwd moesten worden. Het was niet helemaal een acuut probleem maar het lampje waarschuwt al ruim tevoren. We konden, hij heeft het drie keer herhaald, zonder risiko verder maar niet te lang wachten met vervangen. De remmen werkten overigens uitstekend.

We besloten dan maar 60 km aan de route vast te plakken en Turckheim als standplaats te kiezen. Deze plaats ligt nabij Colmar en die stad stond hoog op onze verlanglijst. In Colmar is parkeren moeilijk òf extreem duur, hadden we gelezen. Camperplaats Turckheim ligt tegen het station dus we besloten Colmar per trein te bezoeken. Nog even de gedachte gehad om per fiets te gaan maar we konden de franse fietspadenlogica met de beste wil van de wereld niet doorgronden: Mooi groen gemarkeerd fietspad, vlak langs de camperplaats. Vol goede moed op pad: Na 200 meter in beide richtingen ‘Einde fietspad, zoekt u het zelf maar uit’ en langs ‘gewone wegen’ fietsen, nee, dank u! We hebben het oude gedeelte van Turckheim doorgeslenterd: Prachtig! Meer dan de moeite waard.

Er waren opvallend veel ooievaars die regelmatig klepperconcerten gaven. Turckheim heeft een ooievaarstation waar te plaatse geboren ooievaars 3 jaar in verblijven waarna ze vrijgelaten worden. Daardoor keren ze na iedere overwintering in Afrika weer terug naar de streek. Goed werk, want de vrijlevende populatie in de Elzas is mede hierdoor sterk toegenomen. We zagen aan het symbool van de jacobsschelp dat de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella dit prachtige kleinood ook aandoet.

De volgende (zaterdag-)ochtend: Na wat gestoei met een kaartenautomaat de treinkaarten gekocht en per mooie trein naar Colmar gereisd, een rit van ‘n kwartiertje. We hebben ons in Colmar platvoeten gelopen maar daarbij heel veel moois gezien. Wat een prachtige oude stadskern! Het ene gebouw nog mooier dan het ander. En naast platvoeten hadden we ook een stijve nek vanwege het bekijken van de mooie daken en dakkapellen. We gunden ons een kwartiertje voor een kop café au lait met een groot stuk gevuld gebak. Ook bezochten we een overdekte markt waar alle culinaire ingredienten van de Elzas aangeboden werden. En dat zijn er veel! Na de uitgebreide stadswandeling vertelden onze voeten en knieën dat ze het voor gezien hielden en sleepten we ons naar het station. Op de in Turckheim gekochte treinkaartjes stond ‘Depart Colmar, arrivee Turckheim’, we hadden de heenweg kennelijk ‘zwart’ gereden…… Op de terugweg was er een conductrice in de trein en die constateerde dat we de kaartjes niet gecomposteerd (of zoiets….) hadden. “No parle francais?” “No madame, excusé moi” Bla-bla-bla……… No probleme, bon voyage…. Merci madame. In de trein besloten we dat we bij aankomst in Turckenheim zouden vertrekken voor de geplande, erg korte volgende etappe: Breisach am Rhein, net over de grens in Duitsland. Leuke grote camperplaats direct aan de Rhein en een mooi plekje. Inmiddels waren knieën, voeten en nekjes weer hersteld en dus werd de gebruikelijke rondwandeling door het aardige Breisach gemaakt. In de camper lekker gekokkereld (we konden geen frite-tent ontdekken…..) en ‘Wieder war ein schöne Tag zu ende”!

Leave a response






Your response: